Het Marokkaanse voetbalsucces en de vraag die niet gesteld wordt
Geschreven door Abou Hafs
Leestijd: 4 minuten
Afgelopen zondag liep het Marokkaanse elftal de Afrika Cup net mis. Toch is Marokko het beste Afrikaanse voetballand met een achtste plaats op de FIFA ranglijst. Daarnaast wonnen ze in 2025 de Arabische Cup met hun B-team, het WK onder de twintig jaar, en nog tal van andere toernooien. De groei van het Marokkaanse voetbal is geen toevalstreffer, maar het resultaat van een meerjarig strategisch plan dat gevestigd is op drie belangrijke pijlers: infrastructuur, talentontwikkeling en een agressieve scoutingstrategie.
De opmerkelijke opmars van het Marokkaanse voetbal rust op een ijzersterke strategie van eigen talentontwikkeling, gefaciliteerd door ongekende kapitaalinvesteringen. Marokko heeft met de Mohammed VI Football Academy (een investering van ruim 60 miljoen euro) een eigen fabriek voor profvoetballers gebouwd. Hier wonen, studeren en trainen de grootste talenten van het land onder begeleiding van de beste coaches. De strategie is als volgt: haal de beste kinderen van 12 jaar uit het hele land, geef ze de beste velden en medische zorg, en stoom ze klaar voor de grootste competities in Europa. Dat dit werkt, bewijzen spelers als Ounahi en En-Nesyri, die via deze weg de wereldtop bereikten. Bovendien zijn er in elke regio van het land vergelijkbare trainingscentra gebouwd, zodat geen enkel talent onopgemerkt blijft.
Naast de lokale kweekvijver vormt een agressieve en professionele scoutingstrategie in de diaspora de tweede pijler van het succes. Marokko geeft miljoenen uit aan een netwerk van scouts die deze talenten al op hun 13e of 14e benaderen. Het doorslaggevende argument is tegenwoordig de kwaliteit van de faciliteiten. Door miljarden te investeren in hypermoderne trainingscomplexen en stadions, die vaak luxer en moderner zijn dan die van Europese topclubs, kiezen spelers nu voor Marokko. Ze komen niet alleen uit liefde voor hun vaderland, maar ook omdat de sportomstandigheden, zoals die in het Maâmora-complex, simpelweg tot de beste ter wereld behoren.
Terwijl de Marokkaanse overheid miljarden pompt in glimmende stadions en luxe voetbalacademies, piept en kraakt de basis van de samenleving aan alle kanten. Dat is voornamelijk zichtbaar in de gezondheidszorg, waar de totale uitgaven blijven steken rond 5,7 procent van het bbp, een niveau dat onvoldoende is voor een land met een snelgroeiende bevolking. De structurele onderinvestering vertaalt zich direct in een schrijnend tekort aan zorgpersoneel. Marokko telt ongeveer 7,8 artsen per 10.000 inwoners, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie een richtlijn van minstens 23 hanteert.
Daarnaast is er sprake van een duidelijke scheefgroei tussen publieke en private zorg, met 453 privéklinieken tegenover slechts 166 publieke ziekenhuizen, en een groot deel van de artsen dat bewust kiest voor de beter betaalde private sector. De gevolgen daarvan worden vooral gedragen door gewone burgers, die in publieke ziekenhuizen te maken krijgen met lange wachttijden, onderbezetting en soms ronduit mensonwaardige omstandigheden.
Dat deze realiteit niet langer wordt geaccepteerd, bleek in 2025 toen in meerdere steden jongeren de straat op gingen met de veelzeggende leus “minder stadions, meer ziekenhuizen.” Hun protest was een aanklacht tegen een beleid dat wel laat zien wat mogelijk is met gerichte investeringen in voetbal, maar diezelfde ambitie structureel nalaat in sectoren die letterlijk van levensbelang zijn.
Het succes in het voetbal toont aan dat Marokko binnen relatief korte tijd een sector kan uitbouwen tot internationaal topniveau, zodra er bewust wordt geïnvesteerd en een duidelijke langetermijnstrategie wordt gevolgd. Daarmee dringt zich een reeks prangende vragen op. Waarom wordt diezelfde logica niet toegepast op sectoren die veel directer raken aan het dagelijks leven van burgers? Waarom wordt het volk wel tegemoetgekomen in haar wens om voetbalprijzen te winnen, maar wordt de wens om fatsoenlijke zorg, degelijk onderwijs en een waardig bestaan te verkrijgen genegeerd? Waarom wordt actief gezocht naar voetbaltalent in de diaspora, maar bestaat er geen vergelijkbaar initiatief om artsen, docenten en andere professionals terug te halen, terwijl velen van hen ook bereid zijn terug te keren als zij perspectief krijgen? Waarom worden miljoenen geïnvesteerd in faciliteiten die een handvol talenten bedienen, terwijl basisvoorzieningen waar miljoenen burgers dagelijks van afhankelijk zijn structureel onder druk staan? Waarom wordt succes in sport gezien als een urgente nationale investering, maar ontbreekt die urgentie wanneer het gaat om overvolle ziekenhuizen of overvolle klaslokalen? Waarom wordt falen in voetbalbeleid direct gecorrigeerd met nieuwe strategieën en middelen, terwijl structurele problemen in publieke sectoren jarenlang blijven liggen zonder fundamentele koerswijziging?
Als Marokko geen voetbalsucces had geboekt, zou men kunnen zeggen dat het land er simpelweg nog niet klaar voor is. Maar dat argument houdt geen stand meer. Marokko heeft laten zien dat het weet hoe je talent ontwikkelt, strategieën uitzet en concrete resultaten behaalt. De vraag is daarom niet of een vergelijkbare doorbraak in zorg, onderwijs en levenskwaliteit mogelijk is, maar waarom de politieke wil om diezelfde ambitie daar toe te passen tot nu toe ontbreekt.
Dit is waar de discussie in Marokko vanaf nu over zou moeten gaan, en niet over de gemiste penalty in de slotfase van de finale.



