Het Werkelijke Probleem van Voetbal
Geschreven door Abou Hafs
Leestijd: 3 minuten
Het grote probleem met voetbal is niet het kijken naar spelers die hun ‘awrah niet goed bedekken. Het is ook niet bijdragen aan een spel waarin een gokelement is verwerkt, evenmin is het grootse probleem dat het onze aandacht afleidt van de problemen die we in de ummah hebben. Het échte probleem is dat het één van de fundamentele principes van onze geloof ondermijnt. Het kan er namelijk toe leiden dat al-wala’ wal-bara’ wordt toegepast op basis van nationaliteit in plaats van religie.
Al-wala’ wal-bara’ betekent dat een moslim zijn liefde, loyaliteit en steun (al-wala’) richt op Allah, Zijn Boodschapper ﷺ en de gelovigen, en dat hij zich afkeert en distantieert (al-bara’) van ongeloof, afgoderij en zijn aanhangers. Dit principe vloeit rechtstreeks voort uit de geloofsgetuigenis, la ilaaha illa Allah, en vormt de maatstaf voor de houding die de gelovige jegens ongeloof dient aan te nemen.
Allah zegt:
“Jij zult geen volk vinden dat gelooft in Allah en de Laatste Dag, dat genegenheid koestert voor wie Allah en Zijn Boodschapper tegenwerkt.” (al-Mujadilah 22)
En Hij zegt:
“Laten de gelovigen niet de ongelovigen in plaats van de gelovigen als beschermers nemen, en degene die dat doet heeft niets meer met Allah te maken, behalve wanneer jullie hen (de ongelovigen) angstig vrezen. En Allah waarschuwt jullie voor Zijn (bestraffing). En tot Allah is de terugkeer..” (Aal ‘Imran 28)
De Profeet ﷺ zegt:
“De sterkste band van het geloof is loyaliteit omwille van Allah, vijandschap omwille van Allah, liefde omwille van Allah en afkeer omwille van Allah, de Verhevene.” (at-Tabarani, Ahmad)
Al-wala’ wal-bara’ is geen randzaak, maar een essentieel onderdeel van het geloof. Loyaliteit en afkeer behoren uitsluitend op basis van religie te worden toegepast, en niet op basis van andere differentiaties zoals etniciteit.
Wat deze Afrika Cup heeft laten zien, is het lelijke gezicht van al-wala’ wal-bara’ omwille van nationale vlaggen en kunstmatige landsgrenzen, die nota bene door vijandelijke machten zijn opgelegd. Op sociale media wemelt het van de relletjes tussen de supporters van verschillende islamitische landen.
Een Algerijnse supporter riep de president van zijn land op om een hulpprogramma aan Mali, een land met 95% moslims, stop te zetten, omdat de Malinese scheidsrechter het Algerijnse elftal zou hebben benadeeld in de wedstrijd tegen Nigeria.

Een bekende Marokkaanse prediker plaatste na de wedstrijd Algerije-Nigeria een foto van een aangeslagen Algerijnse speler met de tekst: “Dank aan het Nigeriaanse elftal, Marokko zal na vandaag mooier en schoner zijn”, doelend op het vertrek van het Algerijnse elftal na hun nederlaag op Nigeria.
Zowel Marokkanen als Algerijnen zijn op sociale media te zien (in Algerije zelfs via officiële media) terwijl ze smeekbede verrichten tegen elkaar, hopende dat hun moslimbroeders verliezen van een of ander Afrikaans kaafir-elftal, alsof winst en verlies in de voetballerij ook maar iets vertegenwoordigt in het echte leven. Het zegt niks over waarheid of valsheid, eer en schande of succes en mislukking.
Des te belachelijker is het, als een volstrekt betekenisloos spel aanleiding wordt om onderlinge haat te cultiveren, de band van Islam te breken en zich emotioneel te scharen achter nationale teams die afgoden vereren, de zoon van Maryam verheiligen of voodoo-achtige religies belijden.
Een volk dat etnisch, historisch, cultureel en religieus één gemeenschap vormt, slaat elkaar verbaal de hersenen in, niet omwille van het geloof of enig principieel standpunt, maar louter omdat hun politieke leiders verwikkeld zijn geraakt in tijdelijke, wereldse conflicten zonder enige religieuze betekenis. Wie om die reden de band van de islam degradeert, hem ondergeschikt maakt aan nationaliteit en toestaat dat etniciteit zwaarder weegt dan imaan, mag dan misschien de Africa Cup winnen, maar zal daarmee zijn complete religie verliezen.



